Ik verbleef een week in Parijs

Samen met familie genoot ik van de zomervakantie op een camping net buiten Parijs, waar meer Nederlanders dan Fransen waren, maar dat was eigenlijk ook wel gezellig. De week bestond uit Franse gebakjes eten, potjes Uno spelen en veel wandelingen door het mooie Parijs.

Ik ben als tienjarig meisje ook in Parijs geweest, maar tijdens die vakantie heeft Disneyland meer indruk gemaakt, want aan Parijs zelf heb ik nauwelijks herinneringen. Daarom deden we alle toeristische dingen zoals de Eiffeltoren bekijken, de Notre Dame aanschouwen en het Louvre bezoeken. Voor de moderne kunst bezocht ik Centre Pompidou, een enorm futuristisch gebouw. Via een roltrap aan de buitenkant van het gebouw kom je in de galerij en dat voelde echt alsof je langzaam opstijgt in een achtbaan. De vaste collectie schilderijen vond ik erg mooi, maar de collectie installaties en beelden vond ik dan weer niet zo bijzonder. Toch was het een mooi museum om alle ‘oude’ kunst van het Louvre mee af te wisselen.

Ik kan niet op vakantie gaan en geen boeken kopen, daarom had ik van te voren alle leuke boekenwinkels in de stad opgezocht. Natuurlijk ben ik naar Shakespeare and Company gegaan, een van de mooiste Engelstalige boekenwinkels waar ik ooit geweest ben. Zoveel boeken, zoveel mooie kamertjes waarin van alles verstopt is. Daarnaast ging ik naar The Abbey Bookshop, een winkel met een mix van nieuwe en tweedehandsboeken, maar hier heb ik niets gevonden omdat ik spontaan claustrofobie kreeg. De winkel is vrij krap en dan ook he-le-maal volgebouwd met boeken, je hebt het gevoel bij elke stap minstens drie stapels om te gooien. Het ziet er supermooi uit en je kan er vast pareltjes vinden, maar zelf vond ik Berkeley Books en San Francisco Book Company leuker omdat deze tweedehands Engelse boekenwinkels wat meer orde hadden. Les Mots à la Bouche is de oudste queer boekenhandel in Parijs en ondanks de vrij kleine Engelse sectie is leuk om deze winkel te bezoeken. Violette and Co is een feministische boekenwinkel maar heeft alleen maar Franse boeken, dus als je goed Frans kan, is het ook leuk om hier even heen te gaan.

Mijn zusje en ik eten grotendeels veganistisch, maar dat is niet altijd haalbaar als je met familie op vakantie bent, dus het was een beetje veganistisch en vegetarisch door elkaar. Ik wou graag ijs eten bij Amorino, de ijswinkel die mooie roosjes maakt in je hoorntje, maar na het zien van de lange rij en de prijs (3,90 per bolletje) (het eten in Parijs is duur, bij sommige plekken was koffie net zo duur als wijn waarop mijn zusje zei “nou geef mij dan maar wijn hoor”) ben ik maar veganistische taartjes gaan eten bij Cloud Cakes. Het café is aan de kleine kant dus met lunchtijd is er vrijwel geen plek, maar de taart was erg lekker. Nu ben ik geen groot fan van macarons, maar als je ze eet moet je het ook maar goed doen, dus ik proefde een paar bijzondere smaken bij Ladurée, zoals koffie en citroen-basilicum al smaakte die voor mij iets teveel naar pesto. We aten veganistische burgers bij Hank Burger (die ook een pizza vestiging hebben), een soort veganistische fastfoodketen. Verwacht niet de allerbeste vegan burger ooit, maar het was erg lekker en betaalbaar. Verder gingen we lunchen bij Soul Kitchen in de hippe wijk Montmarte. Het is een erg leuk cafeetje met heerlijke vegetarische lunch, zeker een aanrader om heen te gaan!

Ik heb niet veel gewinkeld, maar het was leuk om Kilo Shop te bezoeken, een grote vintage kledingwinkel die erg op de Episode lijkt. Un Monde Vegan is een veganistische supermarkt en ze hebben hier bijvoorbeeld heel veel soorten veganistische kaas (maar helaas, met 34 graden buiten konden we dat echt niet meenemen naar de camping). Erg leuk om wat experimentele veganistische producten te kopen! Onderweg naar een winkel liepen we ook door Rue Crémieux, een straat met prachtige pastelkleurige huizen. Heel mooi, maar ik had echt medelijden met de mensen die in die huizen wonen, want je hebt gewoon altijd toeristen in je straat staan om foto’s van je huis te maken.

In veel musea in Parijs ben je als Europees burger onder de 26 jaar gratis, wat bij het Louvre een hoop geld kan schelen. Om de kunstmusea een beetje af te wisselen, ging ik naar het natuurhistorische museum gelegen bij de botanische tuinen en het park Jardin des Plantes. Het museum is verdeeld over verschillende gebouwen en wij bezochten eers de Grand Gallery of Evolution. Dit is een groot museum met veel opgezette dieren en skeletten en erg leuk om door heen te lopen, maar zoals in bijna elk museum in Parijs waren de bordjes alleen in het Frans. Gelukkig spreken dieren redelijk voor zich, maar het is wel jammer als je echt wat meer over de tentoonstellingen te weten wilt komen. Daarna bezochten we de galerij voor Paleontologie, waar we niet te lang zijn geweest, want er was geen airco en de temperatuur was zeker boven de 40 graden. Dit museum bevat honderden, misschien wel duizenden, skeletten van dieren en zelfs een paar dinosauriërs. Persoonlijk vond ik de Gallery of Evolution leuker, maar als je gek bent van dinosauriërs, vind je dit vast ook leuk.

Naast Parijs is het paleis van Versailles ook een enorme aanrader om te bezoeken (en van te voren je kaartjes te bestellen op tijdstip, want de geen-ticket rij was afgrijselijk lang). Het paleis heeft prachtige kamers, met als hoogtepunt de spiegelzaal. Rondom het paleis zijn enorme tuinen waar je rustig kilometers kan wandelen of rond fietsen, zeker leuk om een keer te bezoeken!

Dan nog een paar dingen waar ik helaas niet aan toegekomen ben, maar wel graag heen had willen gaan. Le Dernier Bar Avant la Fin du Monde is een bar/café geheel in de stijl van comics en sciencefiction, het ziet er op de website superleuk uit. Ik was ook benieuwd naar Super Vegan, een veganistisch fastfood restaurant die ook in comic stijl is. Wat musea betreft had ik ook wel het Palace of Tokyo willen zien, een ander modern kunstmuseum. Als laatste tip, mocht je veel met openbaar vervoer reizen, dan is de gratis app Next Stop Paris erg handig om wat meer zicht te krijgen op alle metro’s en werkzaamheden in Parijs.

Advertenties

Ik liep een dag door Groningen

Deze foto is misschien niet het eerste wat je verwacht bij een verhaal over Groningen, maar dit is dus de mooie prinsentuin in de binnenstad. 

De combinatie van een laatste vakantieweek en vrij studentenov was voor mij een goede reden om eens een ander stukje van Nederland te verkennen. Groningen is vanuit mijn ouderlijk huis uiteindelijk maar een uurtje met de trein, dus een goede reden om deze stad te bezoeken. Nu ben ik een gestructureerd persoon die graag goed voorbereid is, dus ik had een beetje research gedaan over de stad. Overal op internet stond dat je vanaf het station het best naar het centrum kan lopen via de Folkingestraat, een van de leukste winkelstraten van Groningen. Ik ging hier vooral heen vanwege het antiquariaat Isis, omdat ik graag tweedehandsboeken koop. Ze hebben hier een groot aanbod vertaalde literatuur en geschiedenisboeken, maar ook erg veel over filosofie. In dezelfde straat zit ook het bakkerscafé BAQ, waar ik zelf niet heen ben gegaan, maar wel veel goeds over heb gehoord. Later kwam ik ook langs de Franse bakker Broodje van eigen deeg, die ook erg goed schijnt te zijn. Uiteindelijk, na een wandeling door het Noorderplantsoen, ben ik met een boek gaan zitten bij het veganistisch café Anat en heb een van de beste stukjes chocoladetaart ooit gegeten. Mocht je in Groningen zijn, dit is echt een aanrader om taart of lunch te eten!

Goed, misschien is dit niet je standaard plek om te bezoeken als je een dagje naar Groningen gaat, maar ik was wel benieuwd naar de veganistisch supermarkt die in het centrum zit. Ik ben zelf wat meer bezig met plantaardig eten en mijn zusje is sinds kort veganistisch, dus ik ging met instructies en een eventueel boodschappenlijstje naar deze winkel. Het is geen enorme supermarkt en veel vakken waren ook leeg (waarschijnlijk omdat ik op een vrijdag kwam en ik kan me voorstellen dat de bevoorrading niet elke dag gebeurt in zo’n specifieke supermarkt), maar ze hadden behoorlijk veel vegan merken die je niet overal kunt krijgen. Na even rondkijken vertrok ik met vegan kruidenboter, want hoe lekker sommige dingen er ook uit zagen, vegan worstjes voor 7 euro zitten niet zo in mijn studentenbudget.

Verder bezocht ik Koko Toko, een duurzame winkel met veel fair fashion merken zoals People Tree en Armed Angels. Hoewel ik deze kleding vaak erg mooi vind, begint mijn portemonnee spontaan te gillen bij het zien van de prijzen. Daarom kom ik in dit soort winkels vaak niet voor de kleding (tenzij ik écht iets nodig heb en ook geld heb voor een trui van 90 euro), maar voor de duurzame “hebbedingetjes” zoals fairtrade thee of een bamboetandenborstel. Ook vond ik Stardust een erg leuke winkel, hier verkopen ze nieuwe kleding en mooie vintage kledingstukken.

Om de dag af te sluiten bezocht ik de Prinsentuin, een tuin met hofjes en veel bloemen die werd aangelegd in de 17e eeuw. Erg mooi om door heen te lopen of om op een bankje te zitten, vooral als het mooi weer is. Dus, mijn dagje in Groningen was erg geslaagd en alleen al voor de veganistische chocoladetaart van Anat zou ik een keer terug willen komen!

 

Rome: Tiramisu en klimmen op ruïnes

Ik volgde twee weken lang zomerschool in Rome, met als thema de “wereldstad” en hoe de geschiedenis van Rome terug te zien is in erfgoed en monumenten. In andere woorden, ik ben in twee weken tijd nog nooit in zoveel kerken en historische gebouwen geweest.

Goed, het waren niet alleen maar kerken, maar wel veel. Zo bezochten we de grote Sint-Jan van Lateranen , een van de oudste kerkgebouwen in de stad. Ook de Santa Maria Maggiore is als een van de vier pauselijke basilieken een bezoek waard. De San Luigi dei Francesi is een kleinere kerk en veel mensen gaan hier heen voor de drie schilderijen van de kunstschilder Caravaggio die in de kerk hangen (ik had nog nooit van deze schilder gehoord, maar binnen kunstgeschiedenis is hij blijkbaar Erg Bekend). Mocht je geen zin hebben in de toeristendrukte in deze kerken, dan is de Sant’Agata dei Goti een stuk rustiger. Een van mijn favoriete kerken was de Santo Stefano Rotondo, omdat de kerk zo anders is dan andere kerken. De kerk is helemaal rond en aan de muur hangen 34 schilderijen die de gruwelijk dood van martelaren afbeelden. Ook al zijn dit schilderijen uit de 16e eeuw, ze zijn redelijk bloederig. Denk aan mensen die gevoerd worden aan leeuwen, een vrouw die wordt opengeharkt en veel kruisingen. Er worden hier ook bruiloften gehouden, mocht je nog een kerk met een horrortintje zoeken.

Ik ben niet zo van foto’s maken in kerken, dus vandaar een foto van een ruïne. 

Een van mijn favoriete excursies was het bezoek aan de San Clemente basiliek. Nu is de kerk erg mooi, maar wat het gebouw zo bijzonder maakt, is het ondergrondse doolhof van gebouwen waar de kerk op gebouwd is. Je daalt minstens vier meter af en daar zijn onder andere de ruïnes van een badhuis, een eerdere kerk en een mithrastempel te vinden. Het is heel gaaf om ondergronds de verschillende lagen van Rome te zien. De docent vertelde dat er werkelijk waar onder elk gebouw in Rome wel iets verstopt zit, wat leidt tot frustratie bij de plaatselijke bevolking omdat je niets kan bouwen (zoals een metrolijn) zonder op iets te stuiten. Als je nog meer ondergrondse gebouwen wilt zien, Case Romane del Celio is een ondergrondse villa waar veel fresco’s nog bewaard zijn gebleven.

Ook een tip als je in Rome bent – zorg voor een studentenkaart waar duidelijk op staat wat je studeert, want soms zijn ze streng in het controleren of je student bent met de juiste “kunstige” opleiding om gratis musea in te mogen. 

Nu vind ik ruïnes, klassieke gebouwen en kerken erg interessant, maar op een gegeven moment was ik ook toe aan compleet iets anders zoals het museum voor moderne kunst. Ik vond het een prachtige collectie, met veel Italiaanse schilderijen (zoals werk van Giorgio de Chirico). Er zijn ook standbeelden, installaties, kunstige spiegels en werk van internationale schilders zoals Van Gogh en Monet. Nu vond ik het wel jammer dat de informatie naast de werken zo minimaal was dat alleen de maker en naam van het werk in het Italiaans werden genoemd. Ook was er in het hele museum geen enkel bankje te vinden, waardoor je niet rustig kon gaan zitten om naar de kunst te kijken. Desondanks is het zeker een aanrader om te bezoeken! Verder moest ik natuurlijk als literatuurstudent het Keats-Shelley Memorial House bezoeken, een museum gebouwd in het appartement waar de romantische dichter Keats verbleef toen hij in Rome overleed. Het is klein, maar het is een van de grootste verzamelingen van persoonlijke spullen van Keats. Zo hebben ze veel originele brieven en manuscripten in de collectie en het is allemaal erg interessant om te zien.

Ronddwalen in de Open Door Bookshop. 

Natuurlijk kon ik niet Rome verlaten zonder een boek gekocht te hebben. In de buurt van het Vaticaan zijn twee Engelstalige boekenwinkels die echt aan te raden zijn om te bezoeken. Open Door Bookshop is een tweedehandsboekenwinkel met veel fictie, maar ook een goede verzameling boeken over theater en muziek. Almost Corner Bookshop is een normale winkel, met een uitgebreide en gevarieerde collectie fictie. Er is ook een kast met vertaalde Italiaanse schrijvers en boeken over Rome en hier kocht ik daarom ook Italian Folktales van de Italiaanse schrijver Calvino. Verder bezocht ik ook Libri Necessari, een kleine tweedehandsboekenwinkel. Volgens de website waar ik de winkel gevonden had, zouden ze ook Engels moeten verkopen, maar ik heb welgeteld één boekje in het Engels gevonden. Ik vond het dus tegenvallen, maar als je er toevallig langskomt is het misschien wel leuk om even binnen te stappen.

Het Pantheon met een absurde hoeveelheid toeristen. 

In Rome was het elke dag gemiddeld 34 graden, dus ik heb aardig wat ijsjes gegeten. Bij het Pantheon zit een ijswinkel met 150 smaken, dus genoeg om iets uit te kiezen. Maar het lekkerste ijsje heb ik toch wel gegeten bij Fata Morgana Gelato. Hier verkopen ze ook vegan, glutenvrij en notenvrij ijs, dus iedereen zit hier goed. Bijzondere smaken en erg lekker ijs, zeker een aanrader! Naast ijs heb ik ook veel tiramisu gegeten, onder andere bij de beste tiramisuwinkel in Rome. Hier kreeg je voor 4 euro een doos(je) tiramisu, wat ze ook verkopen in verschillende smaken. Het was eigenlijk net iets teveel in mijn eentje op te eten, maar zo ontzettend lekker.

Een foto van de lange wandeling over de Via Appia. 

Als je de tijd over hebt, is het ook leuk om de omgeving van Rome te verkennen. Een van de excursies die ik ook erg leuk vond, was het bezoek aan de Via Appia, de oudste weg van Rome. Hier liggen overal ruïnes en opgravingen, zoals de Villa dei Quintili. Het leuke is dat de omgeving nauwelijks is afgezet, waardoor je overal kan lopen. Hetzelfde geldt in Ostia, een oude havenstad buiten Rome. Je moet even met het openbaar vervoer reizen, maar met de trein is Ostia prima te bereiken. Hier zijn enorm veel ruïnes bewaard en kun je letterlijk op alles klimmen en zitten. En nog beter, vanuit Ostia is het 10 minuten met de trein naar de kust van Italië. Zo heb ik om 8 uur ’s avonds met mijn kleren aan (totaal niet aan gedacht om een bikini mee te nemen naar Rome) in de zee gezwommen en het was echt geweldig. Geen zin in ruïnes maar toch de stad uit? Grottaferrata is een kleine plek net buiten Rome, waar we het byzantijnse klooster en de kerk van Santa Maria di Grottaferrata bezochten.

Nog meer stenen in Ostia. 

Een van de leuke feitjes die ik geleerd heb tijdens de zomerschool: Een van de oudste stukken steen van heel Rome bevindt zich in de McDonalds in het ondergrondse winkelcentrum van station Termini, het grootste en drukste station van de stad. Deze restanten steen zijn onderdeel van de muur van Servius Tullius, een verdedigingsmuur uit de 4e eeuw voor Christus. En ja, daar sta je dan met een groep van 20 studenten en een docent tussen de tafeltjes terwijl om je heen mensen hamburgers en frietjes zitten te eten. Bizar, maar ook wel grappig om mee te maken.

Natuurlijk zijn er ook andere grote en mooie dingen om te zien in Rome zoals het Vaticaan, Pantheon en verschillende thermen. Als er wel iets is wat ik geleerd heb tijdens deze twee weken, is dat je nog ongeveer 300 bezoekjes aan Rome nodig hebt om alle mooie dingen te bezoeken. 

De leukste eetplekjes in Boedapest

Je kan mooie dingen zien in Boedapest, maar het is ook een stad met heel veel lekker eten. In Hongarije is het eten relatief goedkoper dan in Nederland, waardoor we tijdens onze trip alleen maar buiten de deur hebben gegeten. 

Eerst even wat algemene tips over eten in Boedapest. Je kan lang niet overal met pin betalen, sommige grote restaurants en winkels accepteren alleen contant. Nu zit er op elke straathoek wel een pinautomaat, maar het is toch handig om genoeg Hongaarse Forinten bij je te hebben. Verder is reserveren voor avondeten slim om te doen, vooral bij kleinere restaurants. Ons appartement bevond zich in het hartje van de joodse wijk en was omringd door veel restaurants, dus eetgelegenheden waren voor ons nooit ver weg. De joodse wijk bleek ook het centrum te zijn van hipstertentjes. Ik heb nog nooit zoveel koffieplekken gezien waar een fiets aan de muur hing. Dit waren vaak de plekken waar we ’s ochtends gingen ontbijten, zoals bij Madal café, Solinfo Café en Amber’s French Bakery. Dit zijn vergelijkbare cafés voor een croissantje, koffie en taart. 9Bar vond ik het gezelligst van allemaal, al zijn ze wel relatief klein, dus dat is handig om te weten. Voor een Amerikaans ontbijt gingen we naar A la Maison, een ontbijtbar met veel soorten pannenkoeken en lekkere wentelteefjes.

“Super healthy hipster breakfast”

Nu heb ik nog zoveel fietsen aan muren gezien, niets topt Szimply. Het is een klein tentje in een zijstraat, maar al je hipstergerechten kun je hier vinden. Smoothiebowls, wentelteefjes met biologisch fruit, acai bowls. Aan de overkant van Szimply zit hetzelfde idee maar dan met koffie. Mocht je je smoothiebowl missen op vakantie, dan kun je hier heen.

Tekenen is niet mijn sterkste kant zoals je kan zien aan het gekras aan de rechterkant van het papier. 

Voor avondeten is restaurant M. zeker aan te raden. Het is een klein restaurant waar het menu wekelijks wisselt, met veel Hongaarse gerechten (voor vegetariërs is het misschien goed om van te voren even langs te gaan voor het menu, want er staat wel geteld één vegetarisch gerecht op de kaart). Ze hebben erg lekker eten en het beste van allemaal: de tafels zijn bekleed met papier en je krijgt een aantal potloden, dus je kunt de hele avond tekenen op de tafel. Dit concept mogen ze wat mij betreft bij elk restaurant in Nederland invoeren. Ook hebben we Hongaars gegeten bij Koleves Vendéglo, een leuk restaurant met relatief veel vegetarische opties. Ik had een vegetarische gratin met rode bietjes, linzen en kaas en het was erg lekker. Zeker een aanrader om heen te gaan! Als je totaal geen zin hebt in Hongaars, het fancy Italiaans restaurant Pomo D’Oro is ook erg lekker. De vegaopties zijn niet heel uitgebreid, maar er is genoeg lekkers. Zo hadden wij ravioli, pizza met gegrilde groentes en heerlijke tiramisu.

De Humus bar mag ook naar Nederland komen, dit zou zo’n uitkomst zijn op het centraal station als je snel iets vegetarisch moet halen. 

In Boedapest zijn veel verschillende locaties van de Humus bar. Dit is een bar waar je broodjes falafel kan halen, maar ook simpel kan lunchen of avondeten, als het maar met hummus te maken heeft. Limonade is trouwens ook een ding in Hongarije – bij elk restaurant, bar of tentje, kun je enorme glazen limonade in verschillende smaken bestellen en dat is zeker een aanrader om te doen.
Mijn laatste tip is het proberen van de Hongaarse specialiteit Kürtoskalács, schoorsteenkoek in het Nederlands. Het is een sliert deeg gewikkeld om een kegel die dan al draaiend wordt verwarmd boven het vuur – oftewel, een kampvuurbroodje. Je vindt het vaak met suiker in verschillende smaken zoals kaneel, kokos of chocolade, en het is erg lekker.

Aan de hand van deze lijst kun je dus wel stellen dat je erg lekker kan eten in Boedapest. Maar alle eer van deze blog gaat naar de vriendin die zo’n beetje het hele internet op zijn kop heeft gezet om deze plekken te vinden!

Boedapest: Museumnacht, badhuizen en bijzondere opera

Nog voordat de zomervakantie officieel begonnen was, ging ik met twee vriendinnen naar Boedapest. Goed, we hadden een beetje stress omdat er nog papers geschreven moesten worden, maar het was het helemaal waard. 

Een van de leukste dingen die we gedaan hebben tijdens onze trip was meedoen aan Hongaarse museumnacht, waarbij alle musea in de stad de hele nacht open waren. We begonnen bij het Aziatische kunstmuseum, waar Thais ijs werd verkocht en waar je in de tuin kon wildbreien en pompons maken. Het hoogtepunt van de avond was het Vajdahunyad kasteel, helemaal in middeleeuwse sfeer gebracht en versierd met lichtjes. Zo was er een wijnmarkt en kon je tot ridder worden geslagen. Ondanks dat in het kasteel een relatief oninteressant landbouwmuseum zit, is het gebouw zelf zeker een bezoek waard. De hal en gangen zijn prachtig en roepen een sprookjesgevoel op.

Moderne kunst in de Hongaarse Nationale Galerie. 

We wouden ook graag het Ludwig museum voor moderne kunst bezoeken, maar die was helaas tijdelijk gesloten. Gelukkig hebben we nog wel moderne kunst gezien in de Hongaarse Nationale Galerie. Hier hangen zowel kunstwerken uit de 18e en 19e eeuw als mooie moderne schilderijen en installaties. Bovendien heb je ook mooi uitzicht over de stad vanuit de koepel van het museum. De galerie bevindt zich namelijk in het paleis op een van de twee heuvels in de stad. Je kan de heuvel beklimmen, maar wij waren lui en gingen met een trammetje omhoog. Eenmaal op de heuvel is de Szent István basiliek met het vissersbastion ook leuk om te bezoeken.

Een ander cultureel avontuur was het bezoek aan de Hongaarse Staatsopera. Voor vijf euro kan je naar verschillende voorstellingen en wij gingen naar de opera Ariadne Auf Naxos. Het gebouw van de Hongaarse Staatsopera is trouwens alleen al een bezoek waard, want de uitbundige stijl en architectuur is erg mooi. De opera zelf bleek een hele beleving te zijn. Het eerste stuk van de voorstelling was leuk, maar daarna ging het bergafwaarts. Ariadne verstopte zich onder een enorme knuffeloctopus, er waren mannen in naaktpakken en Bacchus landde op het toneel in een ruimteschip. Het was zo vaag dat het een grappige ervaring was, maar als je iets concreters wilt zien is een balletvoorstelling misschien een betere optie.

Ik zou vaker gaan zwemmen als elk zwembad in Nederland er zo uit zag. 

De Citadelle heuvel heeft een prachtig uitzicht over de stad, als je zin hebt in een zeer actieve wandeling. Wij combineerden deze klim met een bezoek aan het Gellertbadhuis aan de voet van de heuvel. Dit is een van de prachtig versierde badhuizen in de stad en bevat het oudste golfslagbad van Europa. Buiten is een zwembad en terras, binnen verschillende warmtebaden. Oké, als je elke week een zwembad bezoekt, vind je het misschien niet zo bijzonder om hier heen te gaan. Nu zwem ik gemiddeld één keer per jaar, dus voor mij voelde het niet als “verspilde” tijd om een middag naar een badhuis te gaan en buiten te zonnen tijdens een citytrip.

Een van de kunstige kamers in de ruïnebar. 

We liepen ook een alternatieve wandeling door de stad met Free tours, maar dit viel een beetje tegen. Er werden prachtige muurschilderingen getoond, maar deze schilderingen waren allemaal “legaal” gemaakt door kunstenaars en waren relatief recent, dus weinig alternatiefs. Ook bevatte de tour veel algemene informatie over de stad, terwijl we juist deze tour gekozen hadden om dat te vermijden. Uiteindelijk kwam de tour uit bij Szimpla Kert, een van de bekendste en mooiste ruïnebars in Boedapest. Deze bar is zeker een aanrader om te bezoeken! Er zijn overal gekke kunstige plekjes te vinden in het pand en alles ziet er heel gaaf uit.

Een wilde Karlijn in haar natuurlijke habitat. 

Naast musea bezoeken en rond te lopen door de stad, hebben we ook een beetje gewinkeld. Zo is Massolit een van de leukste boekencafés die ik ooit bezocht heb. Hier kun je een Engelstalige tweedehandsboek scoren en koffie, koekjes of taart eten. Echt, een enorme aanrader om heen te gaan. We wouden ook naar het Bookcafé, maar dat was helaas dicht vanwege werkzaamheden. Een andere Engelstalige boekenwinkel is Bestsellers, waar ze een verrassend recent aanbod hebben. Verder is Retrock voor het kopen van vintagekleding. Het lijkt een beetje op Episode, maar hier zijn alle kledingstukken verspreid over een ruime pand in plaats van een benauwde winkel. Verder gingen we ook naar Sugar!, een snoepwinkel waar je ook taart kan eten. Wij hebben er niets gegeten, maar volgens een vriendin zijn alle zoetigheden heerlijk.

Als je iets langer in de stad bent en iets mobieler, is het misschien leuk om de Szemló-hegyi-barlang grotten te bezoeken. Voor ons was het te ver weg, maar het leek mij wel erg leuk. Je kan hier een rondleiding krijgen door de grotten en zelfs een avontuurlijke klimwandeling volgen, als je daar zin in hebt.

Naast veel dingen doen, hebben we ook ontzettend veel eettentjes bezocht. In Boedapest is het eten relatief goedkoop, waardoor we elke dag buiten de deur hebben gegeten. Dus verwacht binnenkort een blog met alle lekkere eettentjes in de stad!