Ik liep een dag door Groningen

Deze foto is misschien niet het eerste wat je verwacht bij een verhaal over Groningen, maar dit is dus de mooie prinsentuin in de binnenstad. 

De combinatie van een laatste vakantieweek en vrij studentenov was voor mij een goede reden om eens een ander stukje van Nederland te verkennen. Groningen is vanuit mijn ouderlijk huis uiteindelijk maar een uurtje met de trein, dus een goede reden om deze stad te bezoeken. Nu ben ik een gestructureerd persoon die graag goed voorbereid is, dus ik had een beetje research gedaan over de stad. Overal op internet stond dat je vanaf het station het best naar het centrum kan lopen via de Folkingestraat, een van de leukste winkelstraten van Groningen. Ik ging hier vooral heen vanwege het antiquariaat Isis, omdat ik graag tweedehandsboeken koop. Ze hebben hier een groot aanbod vertaalde literatuur en geschiedenisboeken, maar ook erg veel over filosofie. In dezelfde straat zit ook het bakkerscafé BAQ, waar ik zelf niet heen ben gegaan, maar wel veel goeds over heb gehoord. Later kwam ik ook langs de Franse bakker Broodje van eigen deeg, die ook erg goed schijnt te zijn. Uiteindelijk, na een wandeling door het Noorderplantsoen, ben ik met een boek gaan zitten bij het veganistisch café Anat en heb een van de beste stukjes chocoladetaart ooit gegeten. Mocht je in Groningen zijn, dit is echt een aanrader om taart of lunch te eten!

Goed, misschien is dit niet je standaard plek om te bezoeken als je een dagje naar Groningen gaat, maar ik was wel benieuwd naar de veganistisch supermarkt die in het centrum zit. Ik ben zelf wat meer bezig met plantaardig eten en mijn zusje is sinds kort veganistisch, dus ik ging met instructies en een eventueel boodschappenlijstje naar deze winkel. Het is geen enorme supermarkt en veel vakken waren ook leeg (waarschijnlijk omdat ik op een vrijdag kwam en ik kan me voorstellen dat de bevoorrading niet elke dag gebeurt in zo’n specifieke supermarkt), maar ze hadden behoorlijk veel vegan merken die je niet overal kunt krijgen. Na even rondkijken vertrok ik met vegan kruidenboter, want hoe lekker sommige dingen er ook uit zagen, vegan worstjes voor 7 euro zitten niet zo in mijn studentenbudget.

Verder bezocht ik Koko Toko, een duurzame winkel met veel fair fashion merken zoals People Tree en Armed Angels. Hoewel ik deze kleding vaak erg mooi vind, begint mijn portemonnee spontaan te gillen bij het zien van de prijzen. Daarom kom ik in dit soort winkels vaak niet voor de kleding (tenzij ik écht iets nodig heb en ook geld heb voor een trui van 90 euro), maar voor de duurzame “hebbedingetjes” zoals fairtrade thee of een bamboetandenborstel. Ook vond ik Stardust een erg leuke winkel, hier verkopen ze nieuwe kleding en mooie vintage kledingstukken.

Om de dag af te sluiten bezocht ik de Prinsentuin, een tuin met hofjes en veel bloemen die werd aangelegd in de 17e eeuw. Erg mooi om door heen te lopen of om op een bankje te zitten, vooral als het mooi weer is. Dus, mijn dagje in Groningen was erg geslaagd en alleen al voor de veganistische chocoladetaart van Anat zou ik een keer terug willen komen!

 

Advertenties

Rome: Tiramisu en klimmen op ruïnes

Ik volgde twee weken lang zomerschool in Rome, met als thema de “wereldstad” en hoe de geschiedenis van Rome terug te zien is in erfgoed en monumenten. In andere woorden, ik ben in twee weken tijd nog nooit in zoveel kerken en historische gebouwen geweest.

Goed, het waren niet alleen maar kerken, maar wel veel. Zo bezochten we de grote Sint-Jan van Lateranen , een van de oudste kerkgebouwen in de stad. Ook de Santa Maria Maggiore is als een van de vier pauselijke basilieken een bezoek waard. De San Luigi dei Francesi is een kleinere kerk en veel mensen gaan hier heen voor de drie schilderijen van de kunstschilder Caravaggio die in de kerk hangen (ik had nog nooit van deze schilder gehoord, maar binnen kunstgeschiedenis is hij blijkbaar Erg Bekend). Mocht je geen zin hebben in de toeristendrukte in deze kerken, dan is de Sant’Agata dei Goti een stuk rustiger. Een van mijn favoriete kerken was de Santo Stefano Rotondo, omdat de kerk zo anders is dan andere kerken. De kerk is helemaal rond en aan de muur hangen 34 schilderijen die de gruwelijk dood van martelaren afbeelden. Ook al zijn dit schilderijen uit de 16e eeuw, ze zijn redelijk bloederig. Denk aan mensen die gevoerd worden aan leeuwen, een vrouw die wordt opengeharkt en veel kruisingen. Er worden hier ook bruiloften gehouden, mocht je nog een kerk met een horrortintje zoeken.

Ik ben niet zo van foto’s maken in kerken, dus vandaar een foto van een ruïne. 

Een van mijn favoriete excursies was het bezoek aan de San Clemente basiliek. Nu is de kerk erg mooi, maar wat het gebouw zo bijzonder maakt, is het ondergrondse doolhof van gebouwen waar de kerk op gebouwd is. Je daalt minstens vier meter af en daar zijn onder andere de ruïnes van een badhuis, een eerdere kerk en een mithrastempel te vinden. Het is heel gaaf om ondergronds de verschillende lagen van Rome te zien. De docent vertelde dat er werkelijk waar onder elk gebouw in Rome wel iets verstopt zit, wat leidt tot frustratie bij de plaatselijke bevolking omdat je niets kan bouwen (zoals een metrolijn) zonder op iets te stuiten. Als je nog meer ondergrondse gebouwen wilt zien, Case Romane del Celio is een ondergrondse villa waar veel fresco’s nog bewaard zijn gebleven.

Ook een tip als je in Rome bent – zorg voor een studentenkaart waar duidelijk op staat wat je studeert, want soms zijn ze streng in het controleren of je student bent met de juiste “kunstige” opleiding om gratis musea in te mogen. 

Nu vind ik ruïnes, klassieke gebouwen en kerken erg interessant, maar op een gegeven moment was ik ook toe aan compleet iets anders zoals het museum voor moderne kunst. Ik vond het een prachtige collectie, met veel Italiaanse schilderijen (zoals werk van Giorgio de Chirico). Er zijn ook standbeelden, installaties, kunstige spiegels en werk van internationale schilders zoals Van Gogh en Monet. Nu vond ik het wel jammer dat de informatie naast de werken zo minimaal was dat alleen de maker en naam van het werk in het Italiaans werden genoemd. Ook was er in het hele museum geen enkel bankje te vinden, waardoor je niet rustig kon gaan zitten om naar de kunst te kijken. Desondanks is het zeker een aanrader om te bezoeken! Verder moest ik natuurlijk als literatuurstudent het Keats-Shelley Memorial House bezoeken, een museum gebouwd in het appartement waar de romantische dichter Keats verbleef toen hij in Rome overleed. Het is klein, maar het is een van de grootste verzamelingen van persoonlijke spullen van Keats. Zo hebben ze veel originele brieven en manuscripten in de collectie en het is allemaal erg interessant om te zien.

Ronddwalen in de Open Door Bookshop. 

Natuurlijk kon ik niet Rome verlaten zonder een boek gekocht te hebben. In de buurt van het Vaticaan zijn twee Engelstalige boekenwinkels die echt aan te raden zijn om te bezoeken. Open Door Bookshop is een tweedehandsboekenwinkel met veel fictie, maar ook een goede verzameling boeken over theater en muziek. Almost Corner Bookshop is een normale winkel, met een uitgebreide en gevarieerde collectie fictie. Er is ook een kast met vertaalde Italiaanse schrijvers en boeken over Rome en hier kocht ik daarom ook Italian Folktales van de Italiaanse schrijver Calvino. Verder bezocht ik ook Libri Necessari, een kleine tweedehandsboekenwinkel. Volgens de website waar ik de winkel gevonden had, zouden ze ook Engels moeten verkopen, maar ik heb welgeteld één boekje in het Engels gevonden. Ik vond het dus tegenvallen, maar als je er toevallig langskomt is het misschien wel leuk om even binnen te stappen.

Het Pantheon met een absurde hoeveelheid toeristen. 

In Rome was het elke dag gemiddeld 34 graden, dus ik heb aardig wat ijsjes gegeten. Bij het Pantheon zit een ijswinkel met 150 smaken, dus genoeg om iets uit te kiezen. Maar het lekkerste ijsje heb ik toch wel gegeten bij Fata Morgana Gelato. Hier verkopen ze ook vegan, glutenvrij en notenvrij ijs, dus iedereen zit hier goed. Bijzondere smaken en erg lekker ijs, zeker een aanrader! Naast ijs heb ik ook veel tiramisu gegeten, onder andere bij de beste tiramisuwinkel in Rome. Hier kreeg je voor 4 euro een doos(je) tiramisu, wat ze ook verkopen in verschillende smaken. Het was eigenlijk net iets teveel in mijn eentje op te eten, maar zo ontzettend lekker.

Een foto van de lange wandeling over de Via Appia. 

Als je de tijd over hebt, is het ook leuk om de omgeving van Rome te verkennen. Een van de excursies die ik ook erg leuk vond, was het bezoek aan de Via Appia, de oudste weg van Rome. Hier liggen overal ruïnes en opgravingen, zoals de Villa dei Quintili. Het leuke is dat de omgeving nauwelijks is afgezet, waardoor je overal kan lopen. Hetzelfde geldt in Ostia, een oude havenstad buiten Rome. Je moet even met het openbaar vervoer reizen, maar met de trein is Ostia prima te bereiken. Hier zijn enorm veel ruïnes bewaard en kun je letterlijk op alles klimmen en zitten. En nog beter, vanuit Ostia is het 10 minuten met de trein naar de kust van Italië. Zo heb ik om 8 uur ’s avonds met mijn kleren aan (totaal niet aan gedacht om een bikini mee te nemen naar Rome) in de zee gezwommen en het was echt geweldig. Geen zin in ruïnes maar toch de stad uit? Grottaferrata is een kleine plek net buiten Rome, waar we het byzantijnse klooster en de kerk van Santa Maria di Grottaferrata bezochten.

Nog meer stenen in Ostia. 

Een van de leuke feitjes die ik geleerd heb tijdens de zomerschool: Een van de oudste stukken steen van heel Rome bevindt zich in de McDonalds in het ondergrondse winkelcentrum van station Termini, het grootste en drukste station van de stad. Deze restanten steen zijn onderdeel van de muur van Servius Tullius, een verdedigingsmuur uit de 4e eeuw voor Christus. En ja, daar sta je dan met een groep van 20 studenten en een docent tussen de tafeltjes terwijl om je heen mensen hamburgers en frietjes zitten te eten. Bizar, maar ook wel grappig om mee te maken.

Natuurlijk zijn er ook andere grote en mooie dingen om te zien in Rome zoals het Vaticaan, Pantheon en verschillende thermen. Als er wel iets is wat ik geleerd heb tijdens deze twee weken, is dat je nog ongeveer 300 bezoekjes aan Rome nodig hebt om alle mooie dingen te bezoeken. 

De leukste eetplekjes in Boedapest

Je kan mooie dingen zien in Boedapest, maar het is ook een stad met heel veel lekker eten. In Hongarije is het eten relatief goedkoper dan in Nederland, waardoor we tijdens onze trip alleen maar buiten de deur hebben gegeten. 

Eerst even wat algemene tips over eten in Boedapest. Je kan lang niet overal met pin betalen, sommige grote restaurants en winkels accepteren alleen contant. Nu zit er op elke straathoek wel een pinautomaat, maar het is toch handig om genoeg Hongaarse Forinten bij je te hebben. Verder is reserveren voor avondeten slim om te doen, vooral bij kleinere restaurants. Ons appartement bevond zich in het hartje van de joodse wijk en was omringd door veel restaurants, dus eetgelegenheden waren voor ons nooit ver weg. De joodse wijk bleek ook het centrum te zijn van hipstertentjes. Ik heb nog nooit zoveel koffieplekken gezien waar een fiets aan de muur hing. Dit waren vaak de plekken waar we ’s ochtends gingen ontbijten, zoals bij Madal café, Solinfo Café en Amber’s French Bakery. Dit zijn vergelijkbare cafés voor een croissantje, koffie en taart. 9Bar vond ik het gezelligst van allemaal, al zijn ze wel relatief klein, dus dat is handig om te weten. Voor een Amerikaans ontbijt gingen we naar A la Maison, een ontbijtbar met veel soorten pannenkoeken en lekkere wentelteefjes.

“Super healthy hipster breakfast”

Nu heb ik nog zoveel fietsen aan muren gezien, niets topt Szimply. Het is een klein tentje in een zijstraat, maar al je hipstergerechten kun je hier vinden. Smoothiebowls, wentelteefjes met biologisch fruit, acai bowls. Aan de overkant van Szimply zit hetzelfde idee maar dan met koffie. Mocht je je smoothiebowl missen op vakantie, dan kun je hier heen.

Tekenen is niet mijn sterkste kant zoals je kan zien aan het gekras aan de rechterkant van het papier. 

Voor avondeten is restaurant M. zeker aan te raden. Het is een klein restaurant waar het menu wekelijks wisselt, met veel Hongaarse gerechten (voor vegetariërs is het misschien goed om van te voren even langs te gaan voor het menu, want er staat wel geteld één vegetarisch gerecht op de kaart). Ze hebben erg lekker eten en het beste van allemaal: de tafels zijn bekleed met papier en je krijgt een aantal potloden, dus je kunt de hele avond tekenen op de tafel. Dit concept mogen ze wat mij betreft bij elk restaurant in Nederland invoeren. Ook hebben we Hongaars gegeten bij Koleves Vendéglo, een leuk restaurant met relatief veel vegetarische opties. Ik had een vegetarische gratin met rode bietjes, linzen en kaas en het was erg lekker. Zeker een aanrader om heen te gaan! Als je totaal geen zin hebt in Hongaars, het fancy Italiaans restaurant Pomo D’Oro is ook erg lekker. De vegaopties zijn niet heel uitgebreid, maar er is genoeg lekkers. Zo hadden wij ravioli, pizza met gegrilde groentes en heerlijke tiramisu.

De Humus bar mag ook naar Nederland komen, dit zou zo’n uitkomst zijn op het centraal station als je snel iets vegetarisch moet halen. 

In Boedapest zijn veel verschillende locaties van de Humus bar. Dit is een bar waar je broodjes falafel kan halen, maar ook simpel kan lunchen of avondeten, als het maar met hummus te maken heeft. Limonade is trouwens ook een ding in Hongarije – bij elk restaurant, bar of tentje, kun je enorme glazen limonade in verschillende smaken bestellen en dat is zeker een aanrader om te doen.
Mijn laatste tip is het proberen van de Hongaarse specialiteit Kürtoskalács, schoorsteenkoek in het Nederlands. Het is een sliert deeg gewikkeld om een kegel die dan al draaiend wordt verwarmd boven het vuur – oftewel, een kampvuurbroodje. Je vindt het vaak met suiker in verschillende smaken zoals kaneel, kokos of chocolade, en het is erg lekker.

Aan de hand van deze lijst kun je dus wel stellen dat je erg lekker kan eten in Boedapest. Maar alle eer van deze blog gaat naar de vriendin die zo’n beetje het hele internet op zijn kop heeft gezet om deze plekken te vinden!

Boedapest: Museumnacht, badhuizen en bijzondere opera

Nog voordat de zomervakantie officieel begonnen was, ging ik met twee vriendinnen naar Boedapest. Goed, we hadden een beetje stress omdat er nog papers geschreven moesten worden, maar het was het helemaal waard. 

Een van de leukste dingen die we gedaan hebben tijdens onze trip was meedoen aan Hongaarse museumnacht, waarbij alle musea in de stad de hele nacht open waren. We begonnen bij het Aziatische kunstmuseum, waar Thais ijs werd verkocht en waar je in de tuin kon wildbreien en pompons maken. Het hoogtepunt van de avond was het Vajdahunyad kasteel, helemaal in middeleeuwse sfeer gebracht en versierd met lichtjes. Zo was er een wijnmarkt en kon je tot ridder worden geslagen. Ondanks dat in het kasteel een relatief oninteressant landbouwmuseum zit, is het gebouw zelf zeker een bezoek waard. De hal en gangen zijn prachtig en roepen een sprookjesgevoel op.

Moderne kunst in de Hongaarse Nationale Galerie. 

We wouden ook graag het Ludwig museum voor moderne kunst bezoeken, maar die was helaas tijdelijk gesloten. Gelukkig hebben we nog wel moderne kunst gezien in de Hongaarse Nationale Galerie. Hier hangen zowel kunstwerken uit de 18e en 19e eeuw als mooie moderne schilderijen en installaties. Bovendien heb je ook mooi uitzicht over de stad vanuit de koepel van het museum. De galerie bevindt zich namelijk in het paleis op een van de twee heuvels in de stad. Je kan de heuvel beklimmen, maar wij waren lui en gingen met een trammetje omhoog. Eenmaal op de heuvel is de Szent István basiliek met het vissersbastion ook leuk om te bezoeken.

Een ander cultureel avontuur was het bezoek aan de Hongaarse Staatsopera. Voor vijf euro kan je naar verschillende voorstellingen en wij gingen naar de opera Ariadne Auf Naxos. Het gebouw van de Hongaarse Staatsopera is trouwens alleen al een bezoek waard, want de uitbundige stijl en architectuur is erg mooi. De opera zelf bleek een hele beleving te zijn. Het eerste stuk van de voorstelling was leuk, maar daarna ging het bergafwaarts. Ariadne verstopte zich onder een enorme knuffeloctopus, er waren mannen in naaktpakken en Bacchus landde op het toneel in een ruimteschip. Het was zo vaag dat het een grappige ervaring was, maar als je iets concreters wilt zien is een balletvoorstelling misschien een betere optie.

Ik zou vaker gaan zwemmen als elk zwembad in Nederland er zo uit zag. 

De Citadelle heuvel heeft een prachtig uitzicht over de stad, als je zin hebt in een zeer actieve wandeling. Wij combineerden deze klim met een bezoek aan het Gellertbadhuis aan de voet van de heuvel. Dit is een van de prachtig versierde badhuizen in de stad en bevat het oudste golfslagbad van Europa. Buiten is een zwembad en terras, binnen verschillende warmtebaden. Oké, als je elke week een zwembad bezoekt, vind je het misschien niet zo bijzonder om hier heen te gaan. Nu zwem ik gemiddeld één keer per jaar, dus voor mij voelde het niet als “verspilde” tijd om een middag naar een badhuis te gaan en buiten te zonnen tijdens een citytrip.

Een van de kunstige kamers in de ruïnebar. 

We liepen ook een alternatieve wandeling door de stad met Free tours, maar dit viel een beetje tegen. Er werden prachtige muurschilderingen getoond, maar deze schilderingen waren allemaal “legaal” gemaakt door kunstenaars en waren relatief recent, dus weinig alternatiefs. Ook bevatte de tour veel algemene informatie over de stad, terwijl we juist deze tour gekozen hadden om dat te vermijden. Uiteindelijk kwam de tour uit bij Szimpla Kert, een van de bekendste en mooiste ruïnebars in Boedapest. Deze bar is zeker een aanrader om te bezoeken! Er zijn overal gekke kunstige plekjes te vinden in het pand en alles ziet er heel gaaf uit.

Een wilde Karlijn in haar natuurlijke habitat. 

Naast musea bezoeken en rond te lopen door de stad, hebben we ook een beetje gewinkeld. Zo is Massolit een van de leukste boekencafés die ik ooit bezocht heb. Hier kun je een Engelstalige tweedehandsboek scoren en koffie, koekjes of taart eten. Echt, een enorme aanrader om heen te gaan. We wouden ook naar het Bookcafé, maar dat was helaas dicht vanwege werkzaamheden. Een andere Engelstalige boekenwinkel is Bestsellers, waar ze een verrassend recent aanbod hebben. Verder is Retrock voor het kopen van vintagekleding. Het lijkt een beetje op Episode, maar hier zijn alle kledingstukken verspreid over een ruime pand in plaats van een benauwde winkel. Verder gingen we ook naar Sugar!, een snoepwinkel waar je ook taart kan eten. Wij hebben er niets gegeten, maar volgens een vriendin zijn alle zoetigheden heerlijk.

Als je iets langer in de stad bent en iets mobieler, is het misschien leuk om de Szemló-hegyi-barlang grotten te bezoeken. Voor ons was het te ver weg, maar het leek mij wel erg leuk. Je kan hier een rondleiding krijgen door de grotten en zelfs een avontuurlijke klimwandeling volgen, als je daar zin in hebt.

Naast veel dingen doen, hebben we ook ontzettend veel eettentjes bezocht. In Boedapest is het eten relatief goedkoop, waardoor we elke dag buiten de deur hebben gegeten. Dus verwacht binnenkort een blog met alle lekkere eettentjes in de stad! 

Eigenlijk moet je gewoon naar Wenen voor het paleis | Leuke plekken in Wenen

Deze foto van het paleis Schönbrunn doet eigenlijk geen eer aan hoe immens groot dit paleis is – serieus, het is enorm. Helaas mocht je in het paleis zelf geen foto’s maken, maar geloof me, het is van binnen net zo paleisachtig als het er van buiten uit ziet. 

Deze vakantie bestond ook uit een citytrip naar Wenen, een prachtige stad vol grote en oude gebouwen en mooie straatjes. We sliepen in een appartement dat letterlijk zo uit de showroom van de IKEA leek te komen, verloren een ID kaart bij de douane en aten veel taartjes. Veel spannender dan dat is het ook niet geworden, dus geen wilde avonturen, maar gewoon een leuke verzameling van dingen om in Wenen te doen.

Een van mijn persoonlijke hoogtepunten van de stad was het gratis Filmfestival, dat elke zomer van 14 juli tot 4 september plaatsvindt in Wenen. Op het plein bij het Ratshaus, een enorm gebouw midden in het centrum, wordt een reusachtig scherm opgehangen. Overal staan bankjes en eettentjes en bijna elke avond wordt er een film op het scherm getoond. Het gaat voornamelijk om muziek in de films, zo zijn er veel opera’s en klassieke concerten te vinden, maar zo af en toe ook een popconcert. En raad eens wat draaide toen wij er waren? Het ballet The Sleeping Beauty, een van mijn favorieten. Zo ontzettend gaaf om het ballet buiten te zien op zo’n scherm met een heleboel mensen. Mocht je in Wenen zijn in de zomer, dan is dit festival echt een enorme aanrader om te bezoeken.

Natuurlijk kan ik een stad niet verlaten zonder een boekenwinkel te hebben bezocht. Shakespeare & Company is een Engelse boekenwinkel, met overal stapeltjes spullen en boeken. Het is heel knus en gezellig, maar het viel mij een beetje tegen. Dit komt voornamelijk omdat de normale literatuur op de drie hoogste planken staat. Tenzij je een reus van bijna 3 en half meter bent, kom je daar echt niet bij. En nergens staan prijzen op boeken, wat ook wel vervelend is. Dus ja, als je niet voor literatuur komt, is het een leuke boekenwinkel, maar ik liep weer met lege handen naar buiten. Bij Thalia, een grote boekenwinkel in de hoofdstraat, wist ik wel een Margaret Atwood boek te scoren. Hier hebben ze ook een flink aantal Engelse boeken, in veel verschillende genres.

In het oude gedeelte van de binnenstad kun je lopend een heleboel van de oude gebouwen en parken zien. Dit is een foto van de Spaanse Rijschool, een deel van de Hofburg. Daarnaast zit ook de Nationale Bibliotheek, die echt grandioos groot schijnt te zien, maar waar ik helaas niet geweest ben. Naast de oude binnenstad hebben wij ook ’s avonds een rondje langs de kade van het Donaukanaal gelopen, waar je vooral heel veel graffiti vindt en zo af en toe een hip tentje om wat te drinken. Er is ook een soort openbare moestuin waar vooral alles door elkaar heen groeit, van sla tot zonnebloemen. Je moet je niet teveel voorstellen van het kanaal, maar als je tijd over hebt, is het wel leuk om er een wandeling te maken.

Paleis Schönbrunn, een paleis met 1441 kamers, is echt geweldig om te bezoeken. Goed, je komt om in de toeristen, maar dat is het zeker waard. Mocht je geen zin hebben om geld uit te geven, de enorme tuin rondom het paleis is gratis te bezoeken. Je kan hier voor mijn gevoel uren rondlopen. Tip: als je online een kaartje koopt en print, wat zeker aan te raden is in de drukte, check dan even goed dat je hem op een normaal formaat print. De scancode die ik had afgedrukt, had het formaat van een half a4’tje en natuurlijk werkte dat niet bij het scanpoortje. De mevrouw van de kassa moest heel hard om ons lachen, maar niet bij elk poortje staat iemand om je dan naar binnen te laten, dus het is wel handig om op te letten, anders moet je alsnog in de rij gaan staan.

Na het drukke paleis, was het natuurhistorisch museum echt een verademing. In de ochtend was het zo rustig, er waren gewoon kamers waar we de enige waren. Het is een erg groot museum, vol met skeletten en stenen en een bewegende dinosaurus en een complete dierentuin aan opgezette dieren. Daarbij is het gebouw zelf ook prachtig, hoge versierde plafonds en overal schilderijen. Mocht je niet zo zijn van de skeletten, tegenover dit museum zit het kunsthistorisch museum. Daar had ik ook nog wel heen gewild, maar mijn familie was makkelijker mee te krijgen naar skeletten en geschiedenis dan schilderijen.

Natuurlijk hebben we ook lekker gegeten in Wenen. Mijn zusje was op jacht naar kaiserschmarrn, een gerecht waar een pannenkoek in stukken wordt gesneden met suiker en van alles en nog wat. Zelf ging ik voor de appelstrüdel, bij patisserie Aïde, een zeer roze winkel met heel veel gebak.  Eigenlijk was het plan om naar Café Central te gaan, een bekend café waar Sigmund Freud ook geweest is. Dit plan werd alleen gedeeld met elke toerist in Wenen, want er stond een flinke rij buiten en daar had niemand zin in. Verder zijn we naar Yamm! gegaan, een vegetarisch restaurant. Het interieur komt over als een hippe hipsterclub, maar er is een compleet vegetarisch buffet waar je afrekent via het gewicht van je bord. Heel lekker en heel veel soorten eten, echt een aanrader.

Goed, en dan volgt nu de lijst van dingen die ik graag gedaan zou hebben, als ik niet op de laatste dag huilend en creperend in bed lag vanwege ziekte (serieus, ziek zijn in het buitenland is een Zeer Groot Drama, al was het alleen maar omdat we om 10 uur het appartement uit moesten en pas om 8 uur ’s avonds vlogen en ik niet langer dan 2 minuten rechtop kon staan): de Naschmarkt is een enorme markt met allerlei soorten eten, waar op zaterdag ook een rommelmarkt is, waar je echt de gekste dingen kan vinden, van een kruisboog tot duizenden boeken. Prater is een groot park waar ook een deel een attractiepark is, inclusief groot reuzenrad. En ja, die nationale bibliotheek had ik ook nog wel graag willen bezoeken.

Niet dat ik een leuk verhaal kan vertellen over deze donut, maar ik was nog nooit bij Dunkin Donuts geweest en deze cookiemonster donut is gewoon te leuk om niet te vermelden. Maar he, Wenen is dus een hele mooie stad en dat paleis is ook geweldig, dus het is zeker een bezoek waard.